Meneer Fransen had asbestkanker. Bij operatie bleek de kanker doorgegroeid. De chirurg moest de operatie onverrichterzake stoppen en kon niks meer voor hem doen. Meneer Fransen werd naar huis gestuurd om te sterven. Door een samenloop van omstandigheden had zich ondertussen een psychische verandering in meneer Fransen afgespeeld. Hij was veel mondiger geworden, en zei: “Ik wil ‘t hebb’n zoals ik ‘t hebben wil”. Hij sloeg soms zelfs met zijn vuist op tafel. Dat kenden ze zo niet van ‘m. Hij was altijd zo’n aardige meegaande man geweest. Meneer Fransen had zelf niet door dat hij was veranderd. De mensen om hem heen merkten het aan alles. De asbestkanker was een half jaar later verdwenen: niet meer te zien op de thoraxfoto’s (Röntgenfoto’s van de borst).
Hij was vijf jaar lang gezond. Toen werd in een gesprek een opmerking gemaakt die bij meneer Fransen verkeerd viel. Hij kon er niet mee uit de voeten, werd machteloos en somber. Zijn vrouw zei: ‘Net als voordat hij ziek werd’. Vijf maand later was de asbestkanker terug.
Een psychisch proces woog hier zwaarder dan de asbest. Oh, zeker heeft de asbest een rol gespeeld bij het ontstaan. Zonder asbest geen asbestkanker. Maar de kanker verdween na een gunstige psychische verandering. Aan dat asbestverleden was niks veranderd.
Vijf jaar later is er een ongunstige psychische verandering en vijf maand daarna is de asbestkanker terug.
Ik ben dr. Hans Schilder en ik wil je met deze site wegwijs maken op dit gebied van psychische factoren en kanker.
Religieuze factoren
Samen met prof. de Vries onderzocht ik elf mensen bij wie kanker afnam of verdween zonder dat dit kon worden toegeschreven aan medische behandeling. Een daarvan was de hierboven genoemde meneer Fransen met die asbestkanker. Bij twee van de elf onderzochte patiënten werd een opvallend religieus proces gezien. Een van hen was een tienjarige jongen met botkanker vlak boven de linker knie. In het dorp waar hij woonde zijn mensen van de katholieke kerk negen dagen voor de jongen gaan bidden. Dat heet een novene. In die negen dagen verdween de pijn. Vanaf toen is hij geleidelijk beter geworden en helemaal hersteld. Er is nooit meer een spoor van de kanker terug gevonden.
De andere persoon was een man met een kwaadaardige ziekte in de lever. Zijn artsen in het Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis zagen geen behandelingsmogelijkheid. De priester kwam en gaf een ‘laatste bediening. De man lag op bed en vermagerde sterk, van 71 naar 45 kg. Drie maanden lang bezocht de priester hem elke zondag. Hij bad met de patiënt en zegende hem. Dat raakte de man. Een oud conflict met de kerk herstelde. Twee dagen na een tweede ‘laatste bediening’ was er een omslag. De man kreeg eetlust, knapte op en kwam weer op zijn oude gewicht. Drie maanden na die tweede bediening konden zijn artsen in het Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis geen ziekte meer vinden (non-Hodgkin B-cel lymfoom, anaplastisch centrocytair van intermediaire maligniteit). Ik sprak hem tien jaar later en hij was volledig gezond.
Gebed en zegen zijn nooit verkeerd. Wie gelovig is kan er in de kerk om vragen, en wie niet gelovig is ook. Of een gebed tot God de Vader of tot Jezus zijn zoon wordt verhoord weet je niet. Dat is aan hen. En of een zegen wordt gevolgd door genezing evenmin. Maar soms gebeurt het.
In mijn praktijk voor Psycho-oncologie zijn incidenteel patiënten die gebed en zegen vragen. Geen probleem. Zulke activiteiten worden niet gefactureerd. Jezus stuurt ons ook geen factuur.
Ik heb hier ook een boek over geschreven: Herverbinding. Klik hier voor meer informatie.

